Programma
Bachelor
Tijdens de bacheloropleiding komen studenten in contact met diverse ontwerpstrategieën, teneinde een zo breed en volledig mogelijke vorming te krijgen. Meer specifiek wordt in de eerste Bachelor een technische basis gelegd waarbij de belangrijkste materialen en technieken aangeleerd en onderzocht worden aan de hand van korte, individuele opdrachten. Dit gebeurt via intens opdrachtgestuurd onderwijs. De student visualiseert zijn ontwerp aan de hand van schetsen of maquettes, en via een onderwijsleergesprek leert de student zijn ontwerp bijschaven. De technische benadering wordt in deze prille fase van de opleiding reeds gekoppeld aan een doorgedreven vormonderzoek. De belangrijkste doelstelling van dit eerste jaar blijft echter de beheersing en het onderzoek van de basistechnieken en materialen. Deze dienen in de volgende jaren immers als ondersteuning bij het ontwikkelen van een eigen artistiek project.
In de tweede Bachelor wordt de student gestimuleerd om de grenzen van het vakgebied af te tasten en te verleggen. Dit onderzoek heeft betrekking op het lichaam als drager van het sieraad en op zijn omgeving in het algemeen. Inhoudelijk concentreert het onderzoek zich enerzijds op de draagbaarheid van sieraden en de functionaliteit van objecten, anderzijds op thema’s zoals ‘unica versus multipels’ en ‘ambacht versus productie’. Qua techniek verkennen de studenten vooral een aantal ‘nieuwe’ digitale technieken zoals het 3D-printen en het lasersnijden.
In de derde Bachelor ligt het zwaartepunt in het eerste semester op het verder ontwikkelen van de verworven praktijkgerichte en artistieke onderzoekscompetenties en gaat de aandacht vooral uit naar de conceptuele kwaliteiten van het sieraad of het object. De student krijgt in het tweede semester voldoende ruimte voor de ontwikkeling van een totaalconcept, wat op het einde uitmondt in een persoonlijk en individueel bachelorproject. Vanaf het tweede bachelorjaar kunnen, parallel met het programma van het atelier Object & Jewellery, ondersteunende modules (Artistiek Ontwikkelingsplan) opgenomen worden uit andere disciplines: Glass studio, Installation and Performance en Media Lab. Ook cross-overs met andere ateliers van PXL-MAD worden gestimuleerd.
Master
In het internationale masterprogramma ligt de focus op de wisselwerking tussen ontwerpen, materialiseren en reflecteren (design through thinking & doing). De student verwerkt zijn persoonlijkheid, zijn inzichten en zijn onderzoek uit de vorige jaren in de masterproef. Deze masterproef bestaat uit twee delen: enerzijds een artistiek luik met als resultaat een reeks van gematerialiseerde ontwerpen die uitmonden in een tentoonstelling, anderzijds een theoretisch, reflectief luik omtrent het ontwerpproces. Parallel met de masterproef kiest de student ook een masterstudio, waarin via praktische en theoretische werkvormen het individuele masterproject ondersteund wordt. Tijdens het masterjaar lopen de studenten ook stage en volgen ze verschillende colleges in functie van hun masterproject.